Langzaam aan

Langzaam aan

Vanmiddag ben ik de expeditie begonnen naar het top van het bos. ’s Morgens regende het, maar aan het begin van de middag gaat het langzaam aan naar zomerse taferelen. Zon, een zacht briesje en een warme temperatuur. Volgens de weervrouw klopt het dat we mooie dagen tegemoet gaan.

De uitkijkpost

Na eerst te zijn bijgekomen en te hebben genoten van het uitzicht en de zon op de open plek, vervolg ik mijn weg naar boven. Via kronkelende paadjes kom ik verschillende bankjes tegen. Er zit niemand op. Wel kom ik een klein gezinnetje tegen die de honden aan het uitlaten zijn. We groeten elkaar vriendelijk.

Onder het luid gefluit van de verschillende vogels die in het bos wonen, draait het pad opeens naar links en zie ik een trap. De trap komt uit op een open plek met een muur eromheen. Het lijkt op een uitkijktoren. Door de vele bomen die rond de uitkijkpost staan wordt het moeilijk om goed rond te kijken. Maar dat mag de pret niet drukken. Ik neem plaats op het muurtje en kijk wat in het rond.

De uitkijktoren

Achter mij hoor ik een hardloper voorbij rennen. Zo, die durft met al die stijle wandelpaden op. Dan hoor ik een gefluit van een echte zangvogel die ik niet ken. Ik kijk richting de boom waar ik het gezang vandaan denk te horen. Op een tak zie ik een oranje-rood vogeltje zitten. Half achter een tak, dus helemaal goed kan ik hem niet zien. Een beweging van mijn kant zorgt er vast voor dat ie weg vliegt, dus ik blijf rustig afwachten tot hij beter zichtbaar wordt. Een foto maken gaat ook niet, want daar zou de vogel van schrikken. Jammer… hij vliegt weg.

Het zitten op het stenen muurtje zorgt ervoor dat ik pijnlijke billen krijg. Tijd om weer op te staan om het bos verder te verkennen. Nu neem ik de paden die ik normaal rechts laat liggen. Ze lopen dieper het bos in en gaan schuin omhoog. Ik kom uit bij een andere open plek. Het is meer een groot grasveld waar hondenbezitters hun dieren eens lekker kunnen laten rondrennen. Er zijn geen liefhebbers van honden aanwezig. Ik loop door.

Na wat omzwervingen op de gebaande paden loop ik opeens weer op het voetpad langs het bos. 

Langzaam aan oversteken

Opeens zie ik iets wits op het pad liggen. Ik loop ernaar toe en dit is wat ik zie.

Heel langzaam schuift er een slak voorbij. Ik schat in dat ie zo’n vijftien centimeter lang is. Zo groot heb ik ze nog nooit gezien. De temperatuur gaat denk ik toch wel naar de twintig graden in de zon, dus ik kan me voorstellen dat de slak plat op zijn buik op het natte koude asfalt is gaan liggen. Dat koelt lekker af. Wanneer de slak bijna aan de overkant van het pas is, neem ik afscheid van hem. Ik vervolg weer mijn weg naar huis.

Slak

Pfjew, het is best wel zweten zo lopen in de zon. Gelukkig heb ik mijn hoed op, dus mijn hoofd blijft lekker koel. Als ik bijna thuis ben moet ik wachten voor de dichte spoorbomen. Er komt een trein voorbij. Nee, geen mensen die naar het strand gaan. Dat is morgen wel anders, denk ik.